We zaten aan tafel toen de Nederlandse BIM-standaard werd bepaald. BIM staat voor Building Information Modeling, de digitale methode om gebouwen en infrastructuur te ontwerpen, bouwen en beheren.
Met constructeurs, installateurs, en leveranciers werken we gelijktijdig in hetzelfde model. Daardoor zie je al voor de bouw is begonnen of er iets fout gaat. Dat scheelt in faalkosten. Fijn voor de aannemer en voor ons. Door BIM weten we precies wat voor gebouw we neerzetten, en dat we iets goeds neerzetten. We maken simulaties met onder meer daglicht, energie en opwarming. Fluor was ons eerste gebouw ‘in BIM’.
We zien grote voordelen in één waarheidsgetrouw digitaal 3D-model waarin alle informatie over een gebouw bij elkaar staat. Door op deze manier samen te werken, weet iedereen steeds precies waar hij of zij aan toe is. We gebruiken softwareprogramma Revit. Door in de cloud te werken, kan iedereen er op elk gewenst moment bij. We hebben een eigen BIM-werkgroep om nieuwe standaarden en werkwijzen te implementeren, we hebben een BIM-manager, een BIM-protocol en een handboek waarin precies staat op welk level of detail we in welke fase werken. Tijdens de bouw werken we nauw samen met de aannemer. Eens per week doen we zogeheten clash-controles om te checken of alles nog volgens plan verloopt.
In BIM zitten ook de zogeheten materiaalpaspoorten, digitale documenten waarin precies staat welke materialen in een gebouw of product zijn gebruikt, inclusief hoeveelheden, eigenschappen en herkomst. Traditioneel verdwijnen materialen na de sloop van een gebouw als afval omdat niemand precies weet wat erin zit. Met een materiaalpaspoort weet je dat wel. Daardoor kun je de materialen oogsten. Op die manier wordt een gebouw een grondstoffenbank voor de toekomst.