‘Hout is als bouwmateriaal zeer geliefd omdat het een natuurproduct is en het een bepaalde warmte uitstraalt – op een of andere manier wil je hout graag aanraken.’ Aan het woord is Sylvia Hendriks, architect bij Paul de Ruiter Architects. Ze vertelt over houtcomposiet als alternatief voor hout.
‘Hout heeft echter ook een gebruiksaanwijzing. Er zijn eindeloos veel soorten en de ene soort is de andere niet, maar over het algemeen vergt hout onderhoud. Zeker wanneer je het buiten toepast. Omdat we in Nederland een vochtig klimaat hebben, zul je een houten schutting, gevel of hek om de 5 à 10 jaar moeten behandelen (lakken, beitsen of oliën)’, stelt Sylvia. ‘Een houten gevel op een (groot) woongebouw komt dus jammer genoeg weinig voor. Wat we tegenwoordig wél meer zien, is houtcomposiet. Dit duurzame en bijna volledig natuurlijke materiaal bestaat voor 95 procent uit houtspanen en -vezels of zelfs van rijstvlies. Deze worden gesmolten en gemengd met (natuurlijke) bindmiddelen. De spanen, vezels en bindmiddelen zijn meestal restproducten uit de hout- of rijstindustrie. In principe zou je houtcomposiet na afbreuk bijvoorbeeld over een akker kunnen uitstrooien om te composteren. Houtcomposiet vormt daarmee een duurzaam, onderhoudsvriendelijk en betaalbaar alternatief voor hout.’
Vooral voor woongebouwen en onderwijsgebouwen zie je daarom steeds meer houtcomposieten gevels. Een voorbeeld daarvan is woongebouw Dukdalf in de Rotterdamse wijk Feyenoord. Bij dit project van Paul de Ruiter Architects was er in eerste instantie de wens voor houten binnengevels. Dat bleek financieel onhaalbaar in relatie tot het onderhoud. Als alternatief werd er toen gekozen voor houtcomposiet! Ook voor onderwijsgebouw Campus aan De Lanen werd uit kosten- en onderhoudsoverwegingen maar met name door de natuurlijke uitstraling en voetafdruk, voor houtcomposiet op de gevel gekozen.